Hoe Hafez Ibrahim door een sms ontsnapte aan een wrede dood
Jemen - Eind maart 2010 begroet een emotionele Hafez Ibrahim, Lamri Chirouf, onderzoeker bij Amnesty International en de man die hij ziet als zijn redder in Sana’a, Jemen. Lamri Chirouf is er volgens Hafez, die ter dood werd veroordeeld voor een misdaad begaan toen hij minderjarig was, grotendeels verantwoordelijk voor dat hij niet is geëxecuteerd en werd vrijgesproken.
Hafez, nu 22 jaar, beschrijft met trots hoe vastberadenheid hij is om het beste van zijn leven te maken dat hem werd teruggegeven. Hij zit in zijn derde jaar van zijn studie op de Sana'a Universiteit en heeft zich tot doel gesteld om zich te wijden aan de bescherming van de mensenrechten in zijn land. Zijn verhaal is de verpersoonlijking van de bijkomende onrechtvaardigheid en wreedheid die de doodstraf met zich meebrengt als het gaat om jeugdige delinquenten.
Hafez Ibrahim was 16 toen hij een bruiloft in zijn woonplaats Ta'izz bijwoonde. Iedereen was in een uitgelaten stemming terwijl de meeste van de mannen gewapend waren. Op een bepaald moment bereikte het feest een beladen punt en braken er gevechten uit. Een pistool ging af en iemand werd gedood.
‘De eerste rechter veroordeelde mij ter dood in 2005’, vertelt Hafez aan Amnesty International. ‘Daarna werd de zaak doorverwezen naar een andere rechter. Die bevestigde het doodvonnis.' Hafez mocht niet in beroep gaan.
Inzet Amnesty
Twee jaar later en aan de andere kant van de wereld in het hoofdkantoor van Amnesty International in Londen, ontving Lamri Chirouf een tekst op zijn mobiele telefoon. Hij las: 'Ze gaan ons bijna executeren. Hafez’. Opmerkelijk was dat Hafez zijn hand had weten te leggen op een telefoon in de Ta'izz gevangenis om zijn wanhopige bericht te verzenden.
Hafez wist wat hem te wachten stond. In de gevangenis zou hij worden gedwongen om met zijn gezicht naar beneden op de grond te liggen. Daar zou één van de bewakers hem executeren door hem met een automatisch geweer door het hart te schieten. Voor de jonge Hafez was het aftellen naar een wrede dood begonnen.
‘We waren zwaar teneergeslagen door dit nieuws en stuurde onmiddellijk een oproep aan de Jemenitische president en de autoriteiten,’ aldus Lamri. ‘Daarnaast mobiliseerden we onze achterban door een Urgent Action voor Hafez uit te zenden.’
De voorzitter van de rechtbank reageerde door een uitstel van executie te gelasten om de familie van het slachtoffer de tijd te geven om Hafez eventueel gratie te verlenen. De executie werd uitgesteld naar augustus 2007.
Na een hernieuwde oproep van Amnesty International aan de voorzitter, kreeg Hafez nog eens drie dagen uitstel van executie. De familie van het slachtoffer is toen overeengekomen om de uitvoering van de executie uit te stellen tot na de heilige maand Ramadan.
Op 30 oktober 2007 werd er met er met de familie van het slachtoffer overeengekomen om Hafez te vergeven en gratie te verlenen in ruil voor Diya (compensatie) van 25 miljoen Jemenitische riyal (ongeveer 126.000 dollar). Hafez werd vrijgelaten.
’Ik ben zo blij’, vertelt hij Lamri in Sana'a kort daarna. ‘Ik kan mijn gevoelens niet beschrijven. Tot nu toe voel ik me alsof ik droom. Het voelt zo onwerkelijk dat ik nog steeds rondloop.'
