De tolk: Darfur for dummies
De uitgever had voor het interview al gewaarschuwd: Daoud Hari was er emotioneel niet zo erg best aan toe. De Europese tournee om zijn boek te promoten viel hem zwaar.
Wie De tolk leest, begrijpt heel goed waarom. Hoe gedoseerd en met hoeveel zwarte humor Hari (35) de gruwelijke werkelijkheid ook brengt, enkele beschrijvingen staan je als lezer al haast op het netvlies gebrand. Laat staan degenen die er persoonlijk getuige van waren. In zijn boek vertelt Hari, afkomstig uit Darfur, over de tijd dat hij vanuit een vluchtelingenkamp in Tsjaad tolkte voor internationale organisaties en buitenlandse journalisten. In het land der blinden is éénoog koning, en het matige Engels dat Hari tijdens zijn opleiding had opgedaan maakte van hem een veelgevraagd vertaler. Een van de eerste werkgevers was de CIA; Hari hielp hen bij een onderzoek naar de vraag of er sprake was van genocide. (‘Al-Bashir blijft het ontkennen, maar wij konden massagraven en vernietigde dorpen laten zien.’) Bovendien beschikte hij geleidelijk aan over een droomnetwerk: zijn mobiel stond boordevol nummers van rebellenleiders en stamhoofden, wat hem niet alleen in staat stelde journalisten met belangrijke partijen in contact te brengen, maar hem ook verzekerde van een zo veilig mogelijke route Darfur in, als een Tomtom in oorlogstijd.
Alleen het Sudanese leger behoorde niet tot de goede contacten, en toen hij dat tijdens een tocht met de Amerikaanse Pulitzer Prize-winnaar Paul Salopek van National Geographic tegen het lijf liep, ging het mis: samen met hun Tsjadische chauffeur werden ze opgepakt en beschuldigd van spionage. Meer dan een maand zaten de drie in barre omstandigheden gevangen. Hari werd ernstig mishandeld en gemarteld. Dankzij de interventie van de Amerikaanse gouverneur Bill Richardson (New Mexico) kwamen ze uiteindelijk vrij. Hari kreeg asiel in de Verenigde Staten.
In de bibliotheek van het Amsterdamse Ambassadehotel geeft Hari wat mechanisch antwoord. Hij is doodmoe. Als de vragen te persoonlijk worden, reageert hij met een verhaal dat hij wél kan of wil geven. Maar dwars door vermoeidheid en trauma dringt het droge gevoel voor humor door, dat Hari’s boek zo bijzonder en zo leesbaar maakt. Dat is ook in het dagelijks leven zijn overlevingsstrategie, vertelt hij. ‘Ironisch zijn is heel belangrijk. Want anders word je boos, op de regering van Sudan, of op de janjaweed. Ik gebruik humor om te overleven. Anders raak je van streek en depressief, en kun je helemaal niet meer verder. Ik wil ook geen woede opwekken bij de lezer als ik bijvoorbeeld over de moord op een kind vertel. Mijn doel is Darfur onder de aandacht brengen. Als die lezer daardoor van streek raakt, schiet ik dat doel voorbij.’
Ja, zegt Hari, hij had ook soldaat kunnen worden in plaats van tolk. Maar ‘dat deed iedereen al. Er was iemand nodig om de internationale gemeenschap te vertellen waarom er wordt gevochten. President al-Bashir ontkent nog steeds dat de regering moordt, brandsticht, verkracht en mensen verjaagt. Ik heb mezelf ingezet, met mijn minimale Engels in plaats van een wapen.’
In de Verenigde Staten sprak Daoud Hari tweemaal het Congres toe, onder andere over de relatie tussen de Olympische Spelen en Darfur. Maar wie hij echt wil raken, zegt Hari, is de gewone lezer. ‘Die kan politici bereiken, en ze misschien zover krijgen dat ze wat doen. Er zijn tweeënhalf miljoen vluchtelingen uit Darfur, elke dag gaan er mensen dood, kinderen hebben medicijnen nodig. Er is nu weliswaar een grote humanitaire operatie aan de gang, maar dat is niet genoeg. De VN-Veiligheidsraad heeft in 2006 beloofd 26.000 blauwhelmen in te zetten, maar dat wordt steeds vooruitgeschoven. De internationale gemeenschap moet het geweld stoppen voor het zich nog verder uitbreidt en het dubbele aantal vredesmachtsoldaten nodig is.’
De tolk is behalve een verslag van Hari’s carrière als tolk ook een ‘Darfur voor dummies’, met een kort maar helder overzicht van de oorlog in Darfur en de daaraan verbonden politieke geschiedenis van Sudan. Volgens Hari wil president al-Bashir de boeren van Darfur verjagen ‘zodat hij het land en de olie aan de Chinezen kan verkopen.’
Vanwege de hechte financiële relaties tussen China en Sudan is Hari dan ook voor een boycot van de Olympische Spelen. ‘Natuurlijk hangen sport en politiek samen. De Chinezen die de Olympische Spelen organiseren zijn dezelfden die de olie uit de grond halen in Darfur. En waarom willen mensen nog steeds naar de Olympische Spelen, ondanks wat ze elke dag lezen en zien over Tibet en Darfur? Ik hoop dat mijn boek uitkomt in elk land dat deelneemt aan de Olympische Spelen. Wat is belangrijker: olie of het feit dat er mensen doodgaan? Als ik sporter was zou ik hier niks mee te maken willen hebben. Laten de leiders van landen die goeie zaken doen met China zelf maar gaan hardlopen.’
Monique van Ravenstein
Daoud Hari, De tolk, uitgeverij Arena, 224 pagina’s, €18,95
